Eén op de vijf jongeren met autisme krijgt voor dertigste een depressie.

Gepubliceerd op 20 september 2018 13:13

Volgens recent onderzoek krijgt bijna twintig procent van de jongeren met autisme te maken met een depressie. Een percentage dat meer dan driemaal zo hoog is als gemiddeld. Dit blijkt uit Brits onderzoek geleid door Dheeraj Rai, van de Universiteit van Bristol en op 31 augustus gepubliceerd in het open JAMA Network.

Jongeren met autisme en een normale intelligentie lopen een nog groter risico op een depressie dan jongeren met een verstandelijke beperking én autisme, stellen de Britse onderzoekers. In de studie had deze beter-functionerende subgroep vier keer zo veel kans op een depressie dan mensen zonder autisme. De onderzoekers vermoeden dat jongeren die wel autisme, maar geen verstandelijke beperking hebben, meer risico op een depressie hebben, ”omdat ze zich meer bewust zijn van hun problemen.”

De onderzoekers bekeken data van 224.000 Zweden die tussen 2001 en 2011 in één regio woonden. 4073 van hen hadden de diagnose autisme gekregen. Uit de data bleek dat 19,8 procent jongeren van midden tot eind twintig een voorgeschiedenis had waarin depressie voorkwam. Voor de totale groep was dat slechts zes procent.

Volgens Andrew Adesman, een Amerikaanse kinderarts, gespecialiseerd in ontwikkelings- en gedragsproblemen bij het Cohen Children’s Medical Center in New York, weerspiegelen de uitkomsten van het onderzoek wat veel betrokkenen bij autisme eerder hebben waargenomen. ”Gezien sociale worsteling die veel mensen met autisme ervaren, is het niet verwonderlijk dat zij een significant hoger risico lopen op een depressie.

Het verhoogde risico op een depressie is niet alleen toe te schrijven aan genetische factoren, voegen de onderzoekers toe. Mensen met autisme hebben namelijk tweemaal zoveel kans op een depressie als hun broers of zusters zonder de aandoening. Dat suggereert dat iets anders dan DNA, mogelijk dus de stress van het leven met autisme, een rol speelt in het veroorzaken van de depressie.

Volgens de onderzoekers onderstreept het resultaat van het onderzoek de noodzaak van vroege diagnostiek: “Veel mensen met ASS, vooral degenen zonder verstandelijke beperking, krijgen te laat de diagnose, vaak nadat ze veel andere psychische problemen hebben gehad” Dat kan een hoge psychische tol eisen, die mogelijk bijdraagt aan het risico op een depressie”.Die andere problemen kunnen variëren van vereenzaming, gepest worden, uitsluiting en het besef anders te zijn dan anderen, zonder te weten wat er aan de hand is, namelijk autisme. Op die manier kan een vroege diagnose bijdragen aan het verlagen van het risico op een depressie.


Bron: ggznieuws.nl

 

Middels psychomotorische motorische therapie leer je hoe je het destructieve handelen kunt omzetten naar constructief handelen. 

Wil je meer weten over psychomotorische therapie bij autisme? Klik dan hier.